CONAR productions © 2009

Design by AFL

|  Startpagina  |  Lezen  |

Lezen - Patrick O’Brian - introductie

 

Tussen wal en schip

 

Patrick O'Brian (1914-2000) schreef zeevaart-boeken die net niet literair genoeg werden bevonden om als literatuur te gelden, maar wel worden gerekend tot de beste historische romans ooit. Hij was ook een complexe, moeilijke man die een lastige verhouding met het leven en het schrijverschap had, waardoor hij het grootste deel van zijn leven niet de erkenning ervaarde die er wel degelijk was. Zo, daarmee is de titel voor deze introductie over Patrick O'Brian alvast voldoende verklaard.

De Ier Patrick O'Brian, die pas in de laatste jaren van zijn leven verschillende literaire prijzen ontving, bleek na zijn 30ste jaar een tweede leven te zijn begonnen en onder meer zijn naam en nationaliteit te hebben veranderd. In werkelijkheid heette hij Richard Patrick Russ, was hij in Engeland geboren, had hij enige tijd voor de Britse geheime dienst gewerkt en in 1945 zijn naam veranderd, in een poging om zijn eerdere leven (met een eenzame, ziekelijke jeugd en een mislukt huwelijk) achter zich te laten. Maar weinigen wisten dat de Patrick O'Brian van de boeken van na 1945 dezelfde persoon was als R.P. Russ, die al op 15 jarige leeftijd een boek had gepubliceerd en in de jaren daarna diverse verhalen. Die werken waren weliswaar typerend voor een jeugdig en onervaren schrijver, maar getuigden volgens critici van een groot literair talent.

 

Na zijn eerste verhalen en boeken, die zoals gezegd in het algemeen positief waren ontvangen, werd het wat rustiger rond de schrijver R.P. Russ. Toen zijn eerste huwelijk strandde en hij gedurende de tweede wereldoorlog nauwelijks nog iets gepubliceerd had, besloot de auteur in 1945 zijn eerste leven achter zich te laten en onder de naam Patrick O’Brian een nieuw leven te beginnen. De precieze redenen hiervoor blijven onbekend. Ook waarom O’Brian daarover altijd zo zwijgzaam is gebleven. Het verbreken van banden met zijn verleden was wel radicaal. Zelfs met zijn eigen familie onderhield hij nauwelijks contact meer. De keuze om onder een nieuwe naam te gaan schrijven betekende ook dat hij zijn literaire reputatie moest opgeven. Als Patrick O’Brian publiceerde hij in de jaren 50 en 60 enkele verhalenbundels en romans, waaronder een aantal jeugdromans, die geen groot lezerspubliek bereikten.

 

Op grond van de zeevaart-jeugdboeken uit de jaren 50 (waaronder “The golden ocean” en “the unknown shore”) ontstond aan het einde van de jaren 60 voor O’Brian een gelegenheid om de boeken te gaan schrijven waar hij zijn grootste bekendheid mee zou krijgen. C.S. Forester was de auteur van de boeken over Kapitein Hornblower, een legendarische zeeheld uit de Napoleontische tijd. De boeken van Forester waren een enorm succes - en werden later ook verfilmd - maar Forester overleed in 1966. Verschillende uitgevers vroegen Patrick O’Brian om de leemte van Forester in te vullen en zeevaart-boeken te gaan schrijven. In 1970 verscheen “Master and Commander”, O’Brians eerste boek over Jack Aubrey, een marine-kapitein in de Napoleontische tijd, die samen met scheepsarts en vriend Stephen Maturin een eerste avontuur beleefde. Het was het eerste deel van een 20-delige boekenserie die enorm succesvol werd en door de liefhebbers de “Aubrey/Maturin”-serie werd genoemd. In 1999 verscheen het laatste deel. Overigens is het een misvatting om de boeken van O’Brian met die van Forester te vergelijken. Forester schreef avonturen-lectuur. O’Brian schreef intelligente literatuur over vriendschap en de menselijke natuur.

 

Patrick O’Brian was door de serie een zeer gevierd auteur geworden, maar bleef altijd ontoegankelijk en zeer teruggetrokken. Samen met zijn tweede vrouw Mary Tolstoy woonde hij in een klein plaatsje in Frankrijk, waar maar weinigen contact met hem hadden. Zijn literaire reputatie was vanaf de jaren 70 weer behoorlijk gegroeid. Tussen de Aubrey/Maturin-boeken door publiceerde hij zeer gerespecteerde biografieen over Sir Joseph Banks en Picasso (met wie O’Brian bevriend was geraakt), een boek over het marine-leven in de periode van Lord Nelson en vertaalde hij meer dan 30 Franse boeken naar het Engels, waaronder “Papillon” van Henri Charriere en diverse latere werken van Simone de Beauvoir. De best verkopende boeken waren echter met afstand de zeevaart-romans over kapitein Aubrey. Met name vanaf het moment dat deze boeken bij een heruitgave in Amerika vanaf 1990 veel meer aandacht kregen.

 

Werkelijk genieten van zijn latere succes kon O’Brian niet. Hij bleef zich afschermen en toen journalisten en anderen zijn persoonlijk leven en achtergronden wilden nagaan, raakte hij verbitterd en bijna paranoide. Toen er enkele “geheimen” over zijn leven bekend raakten en zijn tweede vrouw in 1998 overleed, leed hij nog twee jaar een eenzaam en verslagen leven. Hij voltooide het 19de en 20ste deel van de Aubrey/Maturin-serie nog, en begon zelfs aan een nieuw deel, maar stierf toen hij daarvan de eerste hoofdstukken had geschreven.

 

O’Brian had al zijn boeken altijd met hand en pen geschreven. Zijn tweede vrouw hielp hem met het onderzoek voor zijn boeken en typte zijn handgeschreven teksten netjes uit voor de uitgever. Zij was zijn eerste lezer en alleen van haar nam hij eventuele suggesties aan. De originele manuscripten en notities voor 18 van de 20 Aubrey/Maturin-boeken werden aangekocht door de Lilly bibliotheek van de universiteit van Indiana. Het meeste van de overige teksten kwam in bezit van Nikolai Tolstoy, de pleegzoon van O’Brian, die in 2004 het eerste deel van een biografie over Patrick O’Brian schreef.

 

| 1: introductie | 2: de Aubrey/Maturin boeken | 3: overige boeken | 4: bronnen |